ECLI:NL:CRVB:2018:1137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet woonachtig op opgegeven adres
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Participatiewet en gaf daarbij een woonadres op. Na onderzoek door de gemeente bleek de woning vrijwel leeg en onbewoond, wat werd vastgelegd in een rapport na een huisbezoek. Het college wees de aanvraag af omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Appellante voerde aan dat de woning minimaal was ingericht vanwege haar echtscheiding en dat zij een huurachterstand had, maar deze omstandigheden konden het ontbreken van bewoning niet compenseren.
De Raad oordeelde dat de bewijslast van de woon- en leefsituatie bij appellante lag en dat het rapport en de feitelijke situatie tijdens het huisbezoek voldoende grondslag boden om te concluderen dat zij niet woonde op het opgegeven adres. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij woonde op het opgegeven adres.