ECLI:NL:CRVB:2018:1083

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 april 2018
Publicatiedatum
12 april 2018
Zaaknummer
17/7445 AWBZ-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens tijdige voorlopige grond bij hoger beroep AWBZ-zorgkantoor

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een geschil met Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. De Raad van 21 februari 2018 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de gronden niet tijdig waren ingediend en appellante in verzuim werd geacht.

Namens appellante werd verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens het verzet is gebleken dat er wel degelijk tijdig een voorlopige grond was aangevoerd, hetgeen het eerdere oordeel van de Raad ondermijnt.

De Centrale Raad van Beroep verklaart daarom het verzet gegrond, vernietigt de uitspraak van 21 februari 2018 en zet het onderzoek voort in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, en uitgesproken in het openbaar op 12 april 2018.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het eerdere niet-ontvankelijkheidsbesluit wordt vernietigd.

Uitspraak

Datum uitspraak: 12 april 2018
17/7445 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van
de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2017, 16/2154 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 21 februari 2018 heeft de Raad het door mr. B. Özateş, advocaat, namens appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. Özateş verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 21 februari 2018 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet tijdig zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat tijdig een voorlopige grond was aangevoerd.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
21 februari 2018 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 april 2018.