ECLI:NL:CRVB:2018:1079
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdige indiening hogerberoepschrift in WIA-uitspraak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant inzake een WIA-zaken, maar het hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad stelde vast dat de uiterste datum voor indiening 14 november 2016 was, terwijl het beroepschrift pas op 29 december 2016 werd ontvangen.
Appellante voerde in verzet aan dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat haar echtgenoot, die regelmatig in het buitenland verblijft, de post afhandelt. Door het verkeerd sorteren van de post heeft haar echtgenoot de uitspraak pas na de termijn vernomen.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden geen reden vormen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het is de verantwoordelijkheid van appellante om adequate maatregelen te treffen voor de afhandeling van haar post. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het hogerberoepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.