ECLI:NL:CRVB:2018:1078
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg, maar het hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant maakte vervolgens verzet hiertegen en stelde dat het beroepschrift op tijd was gepost, maar door het weekend en feestdagen te laat was aangekomen.
De Raad onderzocht de termijnregels uit de Algemene wet bestuursrecht en stelde vast dat de termijn voor het indienen zes weken bedroeg, ingaand op 7 april 2017, met uiterste indieningsdatum 18 mei 2017. Het beroepschrift was ontvangen op 22 mei 2017 en volgens de poststempel op 19 mei 2017 ter post bezorgd, dus te laat.
Appellant overhandigde geen bewijs dat het beroepschrift daadwerkelijk op 18 mei 2017 was gepost. Bovendien was de laatste dag van de termijn een donderdag, zonder weekend of feestdag die de termijn zou kunnen verlengen. De Raad oordeelde daarom dat appellant in verzuim was geweest en verklaarde het verzet ongegrond.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door H.C.P. Venema, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, op 12 april 2018.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.