ECLI:NL:CRVB:2017:997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na toepassing loonheffingskorting op nabestaandenpensioen
Appellante ontving aanvullend bijstand naast een nabestaandenpensioen. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond herzag de bijstand over de periode van 22 februari 2011 tot 1 juni 2011 vanwege een met terugwerkende kracht toegepaste loonheffingskorting op het nabestaandenpensioen, wat leidde tot een teruggave van €1.750 van de Belastingdienst. Hierdoor werd vastgesteld dat appellante te veel bijstand had ontvangen.
Het college vorderde het te veel ontvangen bedrag van €546,42 netto terug en stelde een maandelijkse inhouding van 10% van de bijstandsnorm vast. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij nooit te veel bijstand had ontvangen, dat de loonheffingskorting door de Belastingdienst teruggevorderd moest worden en dat de maandelijkse aflossing onjuist was berekend.
De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit onherroepelijk is en dat het college bevoegd is de terugvordering uit te voeren. De berekening van de maandelijkse inhouding volgens de beleidsregel van 10% van de bijstandsnorm is correct toegepast. Het hoger beroep faalde en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel ontvangen bijstand en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.