ECLI:NL:CRVB:2017:962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding griffierecht bij overschrijding redelijke termijn
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de korpschef tot toekenning van een LFNP-functie en was in eerste aanleg in het ongelijk gesteld. De rechtbank kende appellante een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij het betaalde griffierecht vergoed moest krijgen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:94, tweede lid, Awb bij een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn geen griffierecht verschuldigd is, zodat vergoeding van het betaalde griffierecht niet aan de orde is.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. Bangma op 9 maart 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen recht bestaat op vergoeding van het betaalde griffierecht bij een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.