ECLI:NL:CRVB:2017:887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim door privé raadplegen BRP
Appellante was sinds 1988 werkzaam bij de Werkorganisatie CGM en had toegang tot de basisregistratie personen (BRP). Naar aanleiding van een klacht over vermoedelijk misbruik van persoonsgegevens werd een onderzoek gestart waaruit bleek dat appellante meerdere keren persoonsgegevens van derden had geraadpleegd voor privédoeleinden.
Na gesprekken en een voornemen tot ontslag werd appellante bij besluit van het dagelijks bestuur op 6 juli 2015, gehandhaafd op 14 december 2015, onvoorwaardelijk ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit omdat zij de BRP acht keer raadpleegde voor niet-functionele doeleinden in strijd met regels en haar ondertekende autorisatieverklaring.
Appellante voerde aan dat de raadplegingen geen plichtsverzuim vormden, dat zij de gegevens vertrouwelijk behandelde en deels in opdracht van haar coördinator handelde. De Raad verwierp deze stellingen en oordeelde dat haar gedrag niet paste bij een goed ambtenaar en dat de raadplegingen elk afzonderlijk beoordeeld moesten worden.
Ook het beroep op een persoonlijkheidskenmerk (alexithymie) werd niet geaccepteerd als vrijwaring van verwijtbaarheid. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag werd niet als onevenredig beschouwd, ondanks haar lange staat van dienst en de persoonlijke gevolgen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim door privé raadplegen van de BRP wordt bevestigd.