Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 18 december 2013 een onvolledige aanvraag voor bijstand in per fax, gevolgd door een volledig ingevuld aanvraagformulier op 11 februari 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot op 21 mei 2014 op de aanvraag, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde wegens niet-tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de aanvraag van 18 december 2013 met het formulier van 11 februari 2014 als één aanvraag werd gezien waarop tijdig was beslist. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het om twee aparte aanvragen ging, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat het faxbericht een incomplete aanvraag was, die met het later ingediende formulier werd aangevuld. Hierdoor was sprake van één aanvraag waarop het college tijdig had beslist. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wegens niet-tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.