ECLI:NL:CRVB:2017:858
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens onvolledige gegevens
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college verzocht haar meerdere malen om aanvullende bewijsstukken, waaronder bankafschriften en verklaringen van derden. Omdat niet alle gevraagde stukken tijdig werden overgelegd, stelde het college de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat zij niet van haar oom had geleend en dat zij niet over alle bankafschriften kon beschikken. De Raad oordeelde dat het college mocht uitgaan van de aanvankelijke verklaring van appellante, die met tolk was afgelegd en ondertekend, en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de gevraagde gegevens kon beschikken.
De Raad overwoog verder dat appellante geen contact had gezocht om een termijnverlenging te verzoeken en dat het college niet verplicht was een tweede hersteltermijn te geven. Gezien deze omstandigheden was het college bevoegd de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van alle gevraagde gegevens.