Uitspraak
OVERWEGINGEN
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als magazijnmedewerker, meldde zich in 2009 ziek met lage rugklachten. Het UWV stelde in 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies. In 2014 werd het recht op ziekengeld beëindigd na medische beoordelingen door verzekeringsartsen die appellant geschikt achtten voor ten minste één van de geduide functies.
Appellant voerde aan dat hij door rugklachten en psychische problemen niet kon werken, maar leverde geen medische onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren zonder nieuwe medische stukken.
De Raad concludeert dat de medische beoordeling inzichtelijk gemotiveerd is en dat appellant geschikt is voor lichte, routinematige functies. Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.