ECLI:NL:CRVB:2017:522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als helpende II Zorg en Welzijn en meldde zich ziek met rug- en schouderklachten, naast psychische aandoeningen zoals depressie en PTSS. Het UWV beëindigde haar ziekengeld per 5 december 2014 na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts die oordeelde dat zij geschikt was haar eigen werk te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat zij geschikt was voor haar arbeid kon dragen. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten haar ongeschikt maakten voor het werk, onderbouwd met een vacature-advertentie en medische brieven.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij ongeschikt was voor haar functie in een verzorgingshuis, ook al voldeed zij niet aan de eisen voor thuiszorg. De medische rapportage was overtuigend en het beroep op latere medische brieven was niet relevant voor de datum van het besluit. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.