ECLI:NL:CRVB:2017:496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- L. Koper
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel op 17 februari 2012 uit vanwege lichamelijke en psychische klachten en werd op 28 november 2013 onderzocht door een verzekeringsarts. Deze stelde beperkingen vast die leiden tot minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, waarna het UWV op 6 januari 2014 de WIA-uitkering weigerde.
In bezwaar en beroep werden aanvullende medische gegevens en klachten ingebracht, waaronder een brief van een psycholoog en specialistische behandeling bij i-psy. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bevestigden de eerdere beoordeling en concludeerden dat de beperkingen onvoldoende waren voor een uitkering. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten en vroeg om inschakeling van een onafhankelijke arts. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de vastgestelde beperkingen voldoende waren onderbouwd en dat de verslechtering na 14 februari 2014 buiten beschouwing moest blijven. De geselecteerde functies waren passend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende vastgestelde arbeidsongeschiktheid per 14 februari 2014.