ECLI:NL:CRVB:2017:477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 2010 bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres te Utrecht. Na een anonieme melding dat zij samenwoonde met D, voerde het college een onderzoek uit waarbij werd vastgesteld dat D feitelijk op hetzelfde adres woonde. Appellante had dit niet gemeld bij haar aanvraag om bijstand.
Het college trok de bijstand in en weigerde een nieuwe aanvraag vanwege de niet-gemelde gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan, waaronder dossieronderzoek, waarnemingen, gesprekken en huisbezoek. Appellante had de inlichtingenplicht geschonden door niet te melden dat D op het adres woonde, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De beroepsgronden van appellante werden verworpen en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.