ECLI:NL:CRVB:2017:4378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig herplaatsingsonderzoek
Appellante was sinds 2004 werkzaam bij de gemeente Rotterdam en viel in 2011 uit wegens psychische klachten. Het UWV kende haar een gedeeltelijke WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage rond 52-57%, waarbij zij in staat werd geacht twintig uur per week passende arbeid te verrichten.
Het college van burgemeester en wethouders verleende appellante in 2016 eervol ontslag wegens langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid nadat het herplaatsingsonderzoek had uitgewezen dat passende arbeid binnen de gemeentelijke dienst niet mogelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college geen passende arbeid had aangeboden. De Raad oordeelde dat het college voldoende inspanningen had verricht, waaronder het aanbieden van lichte administratieve werkzaamheden en post sorteren, en dat de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige hadden vastgesteld dat zij geen loonvormend werk binnen de gemeente kon verrichten.
De Raad vond het niet onredelijk dat het college, ondanks het bepaalde in het Ambtenarenreglement, afzag van het bevorderen van passende arbeid buiten de gemeente gezien de ernstige beperkingen van appellante en de re-integratie-inspanningen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens langdurige gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.