ECLI:NL:CRVB:2017:4137
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek zonder redelijke grond
Appellante diende een aanvraag om bijstand in en gaf op dat zij bij haar moeder woonde. Tijdens een gesprek met het college weigerde zij mee te werken aan een direct aansluitend huisbezoek, omdat zij een afspraak had met een familielid. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de medewerkingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat er voldoende concrete feiten waren die twijfel opriepen over de opgegeven woonsituatie, waardoor een huisbezoek redelijk was. Medische stukken toonden geen zodanige psychische belemmering dat appellante niet kon meewerken.
De weigering tot medewerking aan het huisbezoek maakte het onmogelijk het recht op bijstand vast te stellen. Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens weigering medewerking aan huisbezoek zonder redelijke grond.