ECLI:NL:CRVB:2017:4054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en beëindiging ziekengeld bij geschiktheid voor passende functies
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich op 29 mei 2012 ziek. Na beëindiging van haar dienstverband stelde het UWV vast dat zij vanaf 27 mei 2014 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt werd geacht voor diverse functies. Op 1 april 2015 besloot het UWV het ziekengeld per 8 april 2015 te beëindigen, omdat appellante geschikt werd geacht voor passende functies.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie, met name haar aanhoudende buikklachten en hoge bloeddruk, en dat er geen nieuw medisch onderzoek had plaatsgevonden. Zij gaf aan zelf een darmonderzoek te zullen aanvragen.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had uitgevoerd, waarbij alle klachten, inclusief buik- en knieklachten, waren betrokken. De verzekeringsarts beschikte over relevante medische gegevens en concludeerde dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegewogen. Omdat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd, was er geen reden om de eerdere conclusie te wijzigen.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat appellante terecht geschikt is verklaard voor passende functies en dat het ziekengeld op goede gronden is beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot beëindiging van het ziekengeld blijft in stand.