Uitspraak
18 mei 2015, 14/8042 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
1 juli 2012.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft in 2011 een AOW-pensioen aangevraagd met de vermelding dat hij in 1947 geboren is en vanaf 1970 in Nederland heeft gewerkt en gewoond. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem vanaf 1 juli 2012 een AOW-pensioen toe, gebaseerd op een fictieve geboortedatum 1 juli 1947 en het oordeel dat hij niet verzekerd was tussen 1962 en 1990.
Appellant voerde aan dat hij in werkelijkheid op 1 januari 1945 geboren is en in de vroege jaren '70 onder een andere naam naar Nederland is gekomen en heeft gewerkt. De Svb en rechtbank onderzochten dit, onder meer via gemeente Rotterdam, UWV en het schakelregister, maar konden het woon- en werkverleden niet bevestigen. Ook de overgelegde Marokkaanse verklaringen waren niet overtuigend en dateren niet van vóór zijn binnenkomst in Nederland.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd om een eerdere ingangsdatum van het AOW-pensioen te rechtvaardigen. Er zijn geen authentieke documenten overgelegd die een andere geboortedatum of verzekeringsperiode aantonen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van het AOW-pensioen blijft 1 juli 2012.