ECLI:NL:CRVB:2017:37
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- H.C.P. Venema
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand onterecht wegens slapend bestaan onderneming en geen waarde aandelen
Appellant ontving sinds maart 2010 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. De gemeente Breda startte een onderzoek naar mogelijke schending van de inlichtingenverplichting omdat appellant niet had gemeld dat hij directeur, secretaris en aandeelhouder was van een Britse onderneming. Op basis van dit onderzoek werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd over de periode maart 2010 tot september 2013.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij de inlichtingenverplichting niet had geschonden of dat hij ondanks een mogelijke schending recht had op bijstand. Appellant maakte aannemelijk dat de onderneming een slapend bestaan leidde en dat de aandelen slechts een waarde van £1 hadden. Dit werd ondersteund door jaarstukken en een rapport van Creditsafe.
De Raad oordeelde dat de intrekking en terugvordering onterecht waren omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant geen recht op bijstand had. De aangevallen uitspraak werd vernietigd, het bestreden besluit herroepen en de commissie werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onterecht genomen besluiten.