ECLI:NL:CRVB:2017:3600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht bijstand zonder bijzondere omstandigheden
Appellant, die een WIA-uitkering ontvangt, vroeg bijstand aan met ingang van 28 november 2012. Na een huisbezoek bleek hij feitelijk nog bij zijn ex-partner te wonen, waarop hij zijn aanvraag introk. Pas na verhuizing op 29 maart 2013 deed hij opnieuw een aanvraag, die het college toewees met ingang van 15 april 2013.
Het college wees een eerdere ingangsdatum af wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat geen sprake is van onaanvaardbare druk bij intrekking en dat medische omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd.
De Raad benadrukt vaste jurisprudentie dat bijstand niet terugwerkend wordt toegekend zonder bijzondere omstandigheden. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend zonder bijzondere omstandigheden.