ECLI:NL:CRVB:2017:3152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven niet gerechtvaardigd
Appellante vroeg bijstand aan als alleenstaande ouder terwijl zij gehuwd was met A. Het college weigerde de bijstand en vorderde eerder verstrekte voorschotten terug, omdat appellante niet kon aantonen dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij sinds het vertrek van A naar Engeland duurzaam gescheiden leefde en dat het college ten onrechte voorschotten had teruggevorderd. Zij wees op een verzoek tot scheiding van tafel en bed en haar intentie om zelfstandig voor haar kinderen te zorgen.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven vereist dat de echtelijke samenleving is verbroken en door ten minste één van de echtgenoten als bestendig wordt bedoeld. Uit de feiten bleek dat appellante pas vanaf 20 januari 2015 aan deze voorwaarden voldeed. Het college mocht daarom voorschotten over de periode daarvoor terugvorderen, maar moest vanaf die datum bijstand toekennen.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het bestreden besluit, herroept het besluit van 23 september 2014 en veroordeelde het college tot vergoeding van schade en kosten. De uitspraak benadrukt het belang van feitelijke en duurzame verbreking van de echtelijke samenleving voor het recht op bijstand als alleenstaande ouder.
Uitkomst: Bijstand wordt toegekend vanaf 20 januari 2015; eerdere terugvordering van voorschotten is terecht.