Appellante ontving vanaf 2009 een AIO-aanvulling op grond van de WWB. Na anonieme meldingen over bezit van onroerend goed in Suriname startte de Sociale Verzekeringsbank (Svb) een onderzoek. Uit taxatierapporten en verklaringen bleek dat appellante voor 7/10 deel gerechtigd was in een onverdeelde boedel met meerdere woningen, hoewel de boedel nog niet was verdeeld.
De Svb trok de AIO-aanvulling per 1 februari 2009 in en vorderde €30.603,03 terug wegens het niet melden van dit vermogen. De rechtbank vernietigde dit besluit maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet beschikte over het vermogen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beslissing.
De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs over haar aandeel in de boedel kon beschikken, onder meer omdat zij zich tot de kantonrechter kan wenden voor boedelscheiding. Ook stelde de Raad dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat geen dringende redenen voor terugvordering waren weggenomen. De terugvordering en intrekking van de AIO-aanvulling bleven daarom gehandhaafd.