ECLI:NL:CRVB:2017:307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens overschrijding inkomenseis en voorliggende voorzieningen
Appellante heeft meerdere aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand voor kosten zoals bh's, schoenen, reiskosten, tandartskosten, eigen bijdrage medicijnen en deelname aan de collectieve ziektekostenverzekering. Het dagelijks bestuur wees deze aanvragen af op diverse gronden, waaronder eerdere toekenning, het bestaan van voorliggende voorzieningen en overschrijding van de inkomenseis van 110% van de bijstandsnorm.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de inkomenseis van artikel 35 lid 9 WWB Pro dwingendrechtelijk is, waardoor bij overschrijding geen rekening wordt gehouden met draagkracht. Daarnaast wordt de Zorgverzekeringswet als een voorliggende, toereikende en passende voorziening beschouwd voor tandartskosten en eigen bijdrage medicijnen, waardoor bijzondere bijstand daarvoor niet toekomt.
Verder is vastgesteld dat eerdere besluiten over reeds toegekende bijzondere bijstand in rechte onaantastbaar zijn en dat het dagelijks bestuur niet gehouden is coulance uit het verleden te herhalen. Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit wordt gepasseerd omdat appellante daardoor niet is benadeeld. De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de aangevallen uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvragen bijzondere bijstand wordt bevestigd vanwege overschrijding van de inkomenseis en het bestaan van voorliggende voorzieningen.