ECLI:NL:CRVB:2017:3044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en boete wegens verzwegen bankrekeningen met vermogen
Appellante ontving vanaf 14 oktober 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit een geautomatiseerde bestandsvergelijking bleek dat zij drie bankrekeningen had met een totaal saldo van €22.144,81, welke zij niet had gemeld bij de aanvraag. Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle trok daarom de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug tot een bedrag van €11.102,15.
Daarnaast legde het college een boete van €2.440,90 op wegens het schenden van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd overwogen dat het saldo op de en/of-rekeningen als vermogen van appellante moest worden beschouwd, omdat zij mede over de gelden kon beschikken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij slechts met toestemming van haar moeder over het saldo kon beschikken, maar de Raad verwierp dit betoog als onvoldoende onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld dat appellante niet voldeed aan haar inlichtingenplicht en dat de boete passend was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van bijstand en boete worden bevestigd.