ECLI:NL:CRVB:2017:2877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging toeslag bij weigering huisbezoek wegens vermoeden inwonende dochter
Appellante ontvangt sinds 1980 bijstand met een toeslag van 20%. Naar aanleiding van een tip dat haar dochter mogelijk bij haar inwoont, heeft het college een onderzoek ingesteld, inclusief een verzoek tot huisbezoek. Appellante weigerde dit huisbezoek vanwege de chaos in haar woning en haar verzamelstoornis (Hoarding).
Het college verlaagde daarop de toeslag van 20% naar 10% en vorderde een klein bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het huisbezoek noodzakelijk was om de feitelijke woonsituatie te verifiëren en dat de alternatieve verificatiemiddelen onvoldoende objectief waren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onderbouwd met een behandelplan. De Raad oordeelde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar weigering gerechtvaardigd was. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Raad bevestigt de verlaging van de toeslag wegens weigering van het huisbezoek en onvoldoende medewerking aan het onderzoek.