Uitspraak
OVERWEGINGEN
“1 In dit artikel wordt verstaan onder:
d. bijkomende kosten:
Centrale Raad van Beroep
Appellant, gedetacheerd bij het Ministerie, vroeg een aanvullende tegemoetkoming voor de extra scholingskosten van zijn twee dochters die onderwijs volgden aan een internationale school. De minister wees dit verzoek af op grond van de regeling VUBZK, die een maximale vergoeding voorschrijft voor onderwijs- en bijkomende kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het verzoek niet binnen de regeling viel en er geen bijzondere omstandigheden waren om de hardheidsclausule toe te passen. Appellant stelde dat de hoogbegaafdheid van zijn kinderen en de noodzaak van het internationale onderwijs bijzondere omstandigheden vormden, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
De Raad oordeelde dat de regeling dwingendrechtelijk is en dat appellant geen aanspraak kon maken op een hogere vergoeding. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de collega’s van appellant onder een andere regeling vielen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende tegemoetkoming voor extra scholingskosten wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.