ECLI:NL:CRVB:2017:2554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet wonen op uitkeringsadres ondanks huisbezoek en bezwaren appellant
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na meldingen van het niet verschijnen bij afspraken en interventies, voerde de gemeente een onderzoek uit waarbij een huisbezoek plaatsvond. Op basis van dit bezoek en aanvullende bevindingen werd de bijstand ingetrokken omdat appellant niet op het uitkeringsadres woonde.
Appellant voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege het ontbreken van redelijke grond en dat het gespreksverslag onbetrouwbaar was. De Raad oordeelde dat er wel degelijk redelijke grond was voor het huisbezoek, gezien het niet verschijnen op afspraken en tegenstrijdige verklaringen van appellant over zijn woon- en leefsituatie.
Verder was het gespreksverslag rechtsgeldig ondanks enkele formele tekortkomingen zoals het ontbreken van een exemplaar voor appellant en lichte verschillen in handtekeningen. Ook de toevoegingen in de rapportage die niet door appellant waren ondertekend, werden niet als doorslaggevend gezien omdat de overige bevindingen een voldoende grondslag boden.
De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het uitkeringsadres woonde, mede door het ontbreken van levensmiddelen, sleutel en verzorgingsartikelen. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.