Uitspraak
15.7276 WWB
.Namens appellant is
Centrale Raad van Beroep
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van de Algemene ouderdomswet. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft het recht op deze AIO-aanvulling opgeschort omdat appellant niet reageerde op brieven waarin om informatie werd gevraagd. Na bezwaar handhaafde de Svb het besluit en trok de AIO-aanvulling met ingang van 30 september 2014 in.
Appellant voerde aan dat hij het opschortingsbesluit niet had ontvangen en dat de verzendadministratie van de Svb niet deugde. De rechtbank Rotterdam stelde echter vast dat het opschortingsbesluit rechtsgeldig was verzonden en verklaarde het beroep tegen het opschortingsbesluit ongegrond. Dit vonnis werd niet bestreden door appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het opschortingsbesluit daarmee in rechte vaststaat en dat appellant zijn stelling over de verzending niet opnieuw kan aanvoeren. Het hoger beroep faalt en de intrekking van de AIO-aanvulling wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gevraagde gegevens heeft verstrekt en het opschortingsbesluit rechtsgeldig is verzonden.