ECLI:NL:CRVB:2017:2249
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wubo-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1947, diende een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel in 2009 erkend werd dat hij getroffen was door oorlogsgeweld tijdens ongeregeldheden in de Bentengkazerne te Palembang, werd een periodieke uitkering afgewezen vanwege het ontbreken van blijvende invaliditeit door dat oorlogsgeweld.
In 2014 diende appellant een nieuwe aanvraag in met het argument dat zijn klachten waren verergerd. Deze werd in 2015 afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De Raad beoordeelde dat appellant geen eigen herinneringen heeft aan de Bersiap-periode en dat erkenning van oorlogsgeweld in 2009 gebaseerd was op verklaringen van familieleden. Er was geen bewijs dat hij na 1947 direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
Medische adviezen van artsen Maas en Ohlenschlager concludeerden dat de psychische klachten niet veroorzaakt zijn door het oorlogsgeweld in 1947, maar door een lange reeks andere bedreigende gebeurtenissen. De Raad achtte het bestreden besluit deugdelijk gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld is vastgesteld.