ECLI:NL:CRVB:2017:2181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep woonkostentoeslag wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Verzoeker, sinds 2011 werkloos en sinds 2014 uitkeringsgerechtigd op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, heeft een eigen woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkosten. Het college wees de aanvraag in eerste instantie af, maar kende in 2015 een tijdelijke woonkostentoeslag toe tot 31 december 2015 vanwege individuele omstandigheden.
In december 2015 vroeg verzoeker opnieuw bijzondere bijstand aan voor woonkosten, welke door het college werd afgewezen omdat woonkosten tot de noodzakelijke bestaanskosten behoren en er geen bijzondere omstandigheden waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker ging in hoger beroep en vroeg tevens een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de terugval in inkomen sinds 2011 voorspelbaar was en dus geen bijzondere omstandigheid vormt. Het college was terecht buiten het beleid getreden door in 2015 tijdelijk toeslag toe te kennen, maar dit wekt geen recht op voortzetting. Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening werden afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van het beleid rond tijdelijke woonkostentoeslag gekoppeld aan verhuisplicht en bevestigt dat geen recht bestaat op bijzondere bijstand voor woonkosten zonder onvoorziene omstandigheden of opgewekt vertrouwen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen; de afwijzing van de woonkostentoeslag blijft in stand.