ECLI:NL:CRVB:2017:2092

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juni 2017
Publicatiedatum
14 juni 2017
Zaaknummer
16/4834 ZW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep sociale zekerheidszaak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De Centrale Raad van Beroep had het hoger beroep eerder niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald.

Appellante heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Bij de behandeling van het verzet is gebleken dat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellante of haar gemachtigde in verzuim is geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

Hierdoor verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet gegrond, vervalt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er is geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet.

Uitspraak

Datum uitspraak: 14 juni 2017
16/4834 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 juli 2016, 15/5215 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 8 februari 2017 heeft de Raad het namens appellante door mr. S. Usanmas, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Namens appellante heeft mr. Usanmas verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 8 februari 2017 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald.
In verzet is gebleken dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellante in verzuim is geweest.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
8 februari 2017 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is in de omstandigheden van het voorliggende geval geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van N. Talhaoui als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2017.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) N. Talhaoui

SS