ECLI:NL:CRVB:2017:2084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar haar ex-partner woonde vanaf 22 augustus 2012 weer bij haar. Het college beëindigde de bijstand en vorderde de kosten over die periode terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank vernietigde het besluit en gaf het college opdracht de financiële situatie van de ex-partner te onderzoeken.
Het college handhaafde het besluit na onderzoek, omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat zij recht had op bijstand als zij wel aan de inlichtingenplicht had voldaan. Appellante kon niet duidelijk maken waar haar ex-partner van leefde voorafgaand aan de periode, noch de herkomst van stortingen op zijn bankrekening.
De Raad concludeerde dat appellante niet voldeed aan haar bewijsverplichting en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De terugvordering blijft gehandhaafd omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens onvoldoende aannemelijkheid van het recht op bijstand bij naleving van de inlichtingenplicht.