ECLI:NL:CRVB:2017:203

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2017
Publicatiedatum
20 januari 2017
Zaaknummer
15-7654 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene nabestaandenwetAlgemene Ouderdomswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nabestaandenuitkering op grond van niet-verzekerd zijn echtgenoot ANW

Appellante, woonachtig in Marokko, vroeg een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2013. De echtgenoot ontving een AOW-pensioen, maar was niet verzekerd voor de ANW.

De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden van de ANW, noch volgens Nederlandse noch Marokkaanse wetgeving. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.

In hoger beroep voerde appellante haar slechte financiële situatie aan, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De echtgenoot was niet verplicht verzekerd voor de ANW en had zich ook niet vrijwillig verzekerd. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de uitkering en wees proceskosten af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.

Uitspraak

15/7654 ANW
Datum uitspraak: 20 januari 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
15 oktober 2015, 14/7019 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (Marokko) (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2016. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1930, was ten tijde van zijn overlijden op 11 april 2013 eveneens woonachtig in Marokko. De echtgenoot van appellante ontving tot zijn overlijden een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Appellante heeft op 17 maart 2014 een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd.
1.3.
Bij beslissing op bezwaar van 26 september 2014 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 7 juli 2014, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW en ook niet ingevolge de Marokkaanse wettelijke regelingen, gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden om verzekerd te worden geacht ingevolge de ANW en evenmin op grond van relevante Marokkaanse wetgeving, zodat appellante geen aanspraak op een ANW-uitkering kan maken.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar echtgenoot een AOW-pensioen ontving en heeft zij gewezen op haar slechte financiële situatie.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1.
Het oordeel van de rechtbank en de daarbij gebezigde overwegingen worden geheel onderschreven. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verplicht verzekerd voor de ANW. Het aan de echtgenoot van appellante toegekende AOW-pensioen kon na 1 januari 2000 niet meer tot verplichte verzekering voor de ANW leiden. Niet gebleken is dat de echtgenoot van appellante zich vrijwillig voor die wet had verzekerd.
4.2.
Uit 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2017.
(getekend) L. Koper
(getekend) M.S.E.S. Umans
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH
’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

SS

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par L. Koper en présence de M.S.E.S. Umans en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 janvier 2017.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de
groupe d’assurés.