ECLI:NL:CRVB:2017:2029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen op geld waardeerbare werkzaamheden op crea-beurzen
Appellant ontving bijstand vanaf april 2014 en werd in augustus 2014 alleenstaand bijstandsontvanger na scheiding. De sociale recherche stelde vast dat appellant werkzaamheden verrichtte op crea-beurzen in Nederland en het buitenland, zonder dit te melden aan het college, wat leidde tot intrekking van de bijstand over de periode april 2014 tot februari 2015.
De rechtbank vernietigde de intrekking voor de periodes april tot juli 2014 en januari tot februari 2015, maar handhaafde deze voor augustus tot december 2014. Appellant stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat hij slechts familiaire hulp bood zonder vergoeding en dat de intrekking disproportioneel was.
De Raad oordeelt dat appellant wel degelijk op geld waardeerbare arbeid verrichtte, die verder ging dan louter hulp in de familiaire sfeer. Het niet melden van deze werkzaamheden schendt de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Appellant slaagde er niet in zijn werkzaamheden en inkomsten aannemelijk te maken.
De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de intrekking over december 2014 niet herroept en herroept het besluit voor die maand. De intrekking voor augustus tot en met november 2014 blijft gehandhaafd. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over december 2014 wordt herroepen, maar de intrekking over augustus tot en met november 2014 blijft gehandhaafd.