ECLI:NL:CRVB:2017:201
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gelijkstelling met vervolgd persoon op grond van Wuv bevestigd
Appellant, geboren in 1941, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor toekenning van uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Deze aanvragen werden telkens afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging had ondergaan of dat hij ziekten of gebreken had die redelijkerwijs verband hielden met het overlijden van zijn vader.
In juli 2015 diende appellant een herzieningsverzoek in, dat werd afgewezen bij besluit van 16 september 2015 en na bezwaar gehandhaafd. De Raad toetste dit besluit met terughoudendheid en concludeerde dat geen nieuwe feiten of gegevens waren aangevoerd die tot een andere beslissing zouden moeten leiden.
De Raad baseerde zich op medische adviezen, waaronder een persoonlijk onderhoud met een geneeskundig adviseur, waaruit bleek dat de psychische klachten van appellant niet rechtstreeks te relateren zijn aan het overlijden van zijn vader. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het 70+ beleid werd verworpen.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door C.H. Bangma, in aanwezigheid van griffier L.V. van Donk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering om appellant met de vervolgd persoon gelijk te stellen wordt ongegrond verklaard.