Uitspraak
OVERWEGINGEN
a. de reis- en verblijfkosten;
b. transportkosten;
c. overige kosten.
BESLISSING
- bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 503,- wordt geheven;
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene verzocht om een tegemoetkoming in verhuiskosten en transportkosten in verband met een verhuizing die sociaal/medisch noodzakelijk was. Aanvankelijk werden de transportkosten toegekend, maar latere besluiten werden ingetrokken wegens ontbrekend bewijs van noodzaak. Na aanlevering van bewijs werden de eerdere besluiten herleefd.
De Raad beoordeelde het bezwaar tegen een besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde omdat de vergoeding reeds was uitbetaald. De rechtbank oordeelde dat betrokkene wel belang had bij het bezwaar omdat ook overige kosten naast transportkosten vergoed moesten worden.
De Raad bevestigde dat het verzoek om tegemoetkoming in verhuiskosten zowel transportkosten als overige kosten omvat volgens het Verplaatsingskostenbesluit defensie (VBD). Het VBD vereist geen bewijsstukken voor overige kosten. De Raad verwierp het standpunt van appellant dat alleen transportkosten waren verzocht en dat vergoeding van overige kosten bewijs vereiste.
De Raad veroordeelde appellant in de proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij de gronden werden verbeterd.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene recht heeft op vergoeding van overige kosten naast transportkosten zonder bewijsstukken.