ECLI:NL:CRVB:2017:1597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijnoverschrijding bij intrekking bijstand wegens onbekende verblijfplaats niet verschoonbaar
Appellant ontving bijstand vanaf november 2011, maar het college trok deze met ingang van oktober 2013 in vanwege onbekende woon- en verblijfplaats. Tevens werd bijstand teruggevorderd over de periode november 2011 tot oktober 2013 omdat appellant niet had gemeld dat hij onroerend goed in Turkije bezat.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit pas in januari 2016, ruim na de wettelijke termijn. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat de detentie van appellant in Turkije en Nederland geen verschoonbare reden vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende had onderbouwd dat hij niet eerder bezwaar kon maken en dat hij een zaakwaarnemer had kunnen inschakelen. De detentie en het ontbreken van contact met familie rechtvaardigden geen uitzondering op de termijn.
De Raad wees ook op het feit dat het niet noodzakelijk is dat een familielid de post verzorgt en dat appellant vanuit detentie wel post kon versturen. Het hoger beroep werd daarom verworpen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.