ECLI:NL:CRVB:2017:1583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na ziekte
Appellante was werkzaam als apothekersassistente en ontving een Ziektewetuitkering vanwege beperkingen door Spondylitis Ankylosans. Na medische en arbeidskundige beoordelingen concludeerde het UWV dat zij met aangepaste functies meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken zorgvuldig en volledig waren en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen met betrekking tot zitten onvoldoende waren meegenomen, ondersteund door rapporten van een medisch adviseur.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de aanvullende rapporten en informatie geen aanleiding geven tot een ander oordeel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde overtuigend dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat de functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.