ECLI:NL:CRVB:2017:1457
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant diende op 13 april 2015 een aanvraag om bijstand in en gaf een verblijfadres op waar hij een kamer huurde zonder huur te betalen. De sociale dienst had twijfels over de woonsituatie, die tijdens een gesprek op 12 juni 2015 niet werden weggenomen. Appellant weigerde vervolgens mee te werken aan een huisbezoek op het opgegeven adres.
Het college wees de aanvraag af en vorderde het eerder verleende voorschot terug, omdat appellant de medewerkingsplicht had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij stelde dat hij wel wilde meewerken, maar eerst zijn dochter moest terugbrengen naar haar moeder en dat hij bloed moest laten prikken.
De Raad oordeelde dat er weliswaar een redelijke grond was voor het huisbezoek, maar dat de redenen van appellant geen zwaarwegende rechtvaardiging vormden voor zijn weigering. Ook na het aanbod om het huisbezoek later op de dag te laten plaatsvinden, weigerde appellant. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd wegens weigering medewerking huisbezoek.