ECLI:NL:CRVB:2017:1454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met broer
Appellant ontving sinds februari 2012 bijstand en woonde aanvankelijk bij zijn broer en diens partner. In mei 2012 verhuisde hij naar een adres waar zijn alleenstaande broer ook woonde. Het college stelde na onderzoek vast dat appellant en zijn broer een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen niet was gemeld. Hierdoor werd de bijstand per 1 september 2015 ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. Appellant voerde aan dat hij overdag bij zijn ouders verbleef om zijn zieke moeder te verzorgen en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde omdat het college eerder geen actie ondernam.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om van een gezamenlijke huishouding te spreken, gezien de wederzijdse zorg en financiële verstrengeling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. De intrekking van de bijstand was terecht en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens verzwegen gezamenlijke huishouding met broer wordt bevestigd.