Uitspraak
OVERWEGINGEN
18 april 2015 (datum in geding) geen recht meer heeft op ziekengeld.
,het Resultaat functiebeoordeling en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van
Centrale Raad van Beroep
Appellant meldde zich ziek wegens psychische en lichamelijke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was en meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat hij door traumatische gebeurtenissen volledig arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde de eerdere beoordeling, met aanvullende beperkingen vanwege persoonlijkheidsproblematiek, maar concludeerde dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad vond geen medische gronden voor volledige arbeidsongeschiktheid en onderschreef de inschatting dat appellant geschikt was voor passende functies waarmee hij meer dan 65% van het maatmaninkomen kon verdienen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op Ziektewetuitkering op 18 april 2015 wordt bevestigd.