ECLI:NL:CRVB:2017:1399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen na ontruiming woning
Appellant, bijstandontvanger, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen na ontruiming van zijn woning door de verhuurder wegens huurschuld. Het college wees de aanvraag af omdat appellant eerder al bijzondere bijstand voor woninginrichting had ontvangen en de noodzaak niet aannemelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de kosten zich wel voordeden, maar niet noodzakelijk waren en niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden. Appellant had zijn goederen niet uit de woning gehaald en ook niet opgehaald nadat deze door de gemeente waren opgeslagen.
De Raad benadrukte dat bijzondere bijstand alleen wordt toegekend als kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Omdat appellant geen aannemelijk bewijs leverde dat zijn goederen aan vervanging toe waren en hij eerder al bijzondere bijstand had ontvangen, werd het beroep afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.