ECLI:NL:CRVB:2017:1375
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellante had verzocht om vrijstelling van betaling, maar voldeed niet aan de voorwaarden en reageerde niet binnen de gestelde termijn op verzoeken van de Raad om aanvullende informatie.
In verzet stelde appellante dat zij op tijd stukken had ingezonden met gebruik van een portvrije antwoordenveloppe, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad oordeelde dat het risico van niet-aangetekende verzending bij appellante ligt en dat het gebruik van de antwoordenveloppe hier niets aan verandert.
Verder reageerde appellante niet op brieven waarin haar beroep op betalingsonmacht werd afgewezen en op nota’s en betalingsherinneringen. Er was geen bewijs van telefonisch contact met de griffie. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet en verklaarde het verzet ongegrond.
Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het niet aannemelijk maken van tijdige indiening van stukken en het verzuim bij betaling van het griffierecht.