ECLI:NL:CRVB:2017:1274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens te late indiening
Appellant heeft op 22 januari 2015 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag over de jaren 2012 tot en met 2014. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af wegens te late indiening, een besluit dat na bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en passeerde een motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro, aangezien de aanvraag over 2014 sowieso te laat was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen wettelijke termijn voor de aanvraag was, dat het college niet over 2012 en 2013 had beslist, en dat er bijzondere omstandigheden waren die toekenning rechtvaardigden. De Raad oordeelde dat sinds 1 juli 2013 artikel 44 WWB Pro van toepassing is, waardoor geen langdurigheidstoeslag wordt verleend over perioden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Omdat de WWB per 1 januari 2015 is vervangen door de Participatiewet, moest de aanvraag uiterlijk op 31 december 2014 zijn ingediend.
De Raad stelde vast dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een latere indiening rechtvaardigen. Ook het veronderstelde vertrouwen dat over 2012 en 2013 wel een beslissing zou volgen, ontbeerde feitelijke grondslag. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag wegens te late indiening wordt bevestigd.