ECLI:NL:CRVB:2017:11
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bezoldiging groepsfunctie C bij Belastingdienst
Appellante, werkzaam bij de Belastingdienst als groepsfunctionaris B, verzocht om bezoldiging naar groepsfunctie C. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet bleek dat zij structureel werkzaamheden op C-niveau verrichtte en zij niet voldeed aan het opleidingsvereiste voor bevordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante stelde hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit het functioneringsgesprek van april 2015 bleek dat appellante slechts enkele werkstromen op C-niveau afhandelde en dat zij vooral een goed functionerende B-functionaris was die zich ontwikkelde naar C-niveau.
De door appellante overgelegde stukken zagen op perioden na de datum van het besluit en konden het oordeel niet veranderen. Ook toezeggingen uit 2008 over bevordering werden niet meegenomen omdat het geschil over bezoldiging ging.
De Raad concludeerde dat de staatssecretaris in redelijkheid het verzoek mocht afwijzen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om bezoldiging naar groepsfunctie C is terecht afgewezen omdat niet is aangetoond dat appellante ten minste 50% van haar werktijd op C-niveau werkt.