ECLI:NL:CRVB:2017:1081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwijging woonsituatie en bankrekeningen
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2009 en gaven een woonadres op waar zij volgens het college niet langer verbleven vanaf augustus 2014. Na meldingen en onderzoeken door de sociale dienst en sociale recherche werden onregelmatigheden vastgesteld, waaronder het niet melden van meerdere bankrekeningen en transacties.
Het college trok de bijstand in en vorderde bedragen terug over perioden vanaf 2011. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking deels gegrond en vernietigde het besluit over de woonsituatie, maar wees de beroepen tegen de terugvordering wegens bankrekeningen af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de terugvordering gematigd moest worden vanwege vrijspraak in een strafzaak. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had voor het verlies van de woonplaats sinds augustus 2014, maar dat het verzwijgen van bankrekeningen en transacties de intrekking en terugvordering rechtvaardigde.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het incidenteel hoger beroep van het college af. Het college werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd, het incidenteel hoger beroep van het college wordt afgewezen.