ECLI:NL:CRVB:2017:1052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging bijstand wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, welke door het college van burgemeester en wethouders van Hengelo per 1 september 2015 werd beëindigd. Tevens werd de overperiode verleende bijstand teruggevorderd. De rechtbank Overijssel had het beroep van verzoeker tegen deze besluiten gegrond verklaard en de besluiten herroepen. Het college stelde hiertegen hoger beroep in.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om een voorschot op de ten onrechte niet ontvangen bijstand te verkrijgen. De voorzieningenrechter toetste of er sprake was van onverwijlde spoed en een actueel spoedeisend belang, met name vanuit financieel oogpunt.
Hoewel verzoeker stelde dat hij schulden had opgebouwd en financiële problemen ondervond, oordeelde de voorzieningenrechter dat dit geen actueel spoedeisend belang opleverde. Verzoeker had onderdak en voedsel bij zijn ouders en had geen aanspraak op bijstand in Hengelo sinds zijn inschrijving elders. Bovendien had verzoeker geen poging gedaan om bijstand aan te vragen in de nieuwe gemeente.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het ontbreken van financiële middelen het gevolg was van een eigen keuze van verzoeker en dat het verzoek om voorlopige voorziening daarom ongegrond was. Het verzoek werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een actueel spoedeisend belang.