Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2016:782

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 maart 2016
Publicatiedatum
8 maart 2016
Zaaknummer
15/5190 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en proceskostenveroordeling in sociale zekerheidszaak

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in omdat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geheel aan zijn bezwaren tegemoet was gekomen. Het college maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Met toestemming van partijen vond geen zitting plaats en werd het onderzoek gesloten.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren van de indiener op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. Deze bepaling is ook van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.

De Raad stelde vast dat het college geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet was gekomen en veroordeelde het college daarom tot betaling van de proceskosten van appellant, begroot op € 496,-. De uitspraak werd gedaan door rechter E.C.R. Schut op 8 maart 2016.

Uitkomst: Het college is veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant van € 496,- wegens tegemoetkoming aan de bezwaren.

Uitspraak

Datum uitspraak: 8 maart 2016
15/5190 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2015, 14/6749 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.A. van Hoof, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 17 september 2015 heeft mr. Van Hoof namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken omdat het college geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Het college wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 496,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 496,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2016.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) P.A.M. Hulsdouw

HD