ECLI:NL:CRVB:2016:769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de medische beoordeling juist was. Daarbij werd rekening gehouden met medicatiegebruik en de bijbehorende beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er onvoldoende rekening was gehouden met beperkingen aan knieën en rug, en dat de bijwerkingen van medicatie concentratieproblemen veroorzaken, waardoor de voorgehouden functies niet geschikt zouden zijn. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de eerdere bevindingen dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen adequaat waren gemotiveerd. De concentratiebeperkingen werden niet bevestigd in de Functionele Mogelijkhedenlijst.
Het hoger beroep slaagt daarom niet en de Raad bevestigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.