ECLI:NL:CRVB:2016:681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-wonen op uitkeringsadres en niet meewerken aan onderzoek
Appellante diende op 4 oktober 2011 een aanvraag voor bijstand in, waarbij zij stond ingeschreven op een adres in de gemeente Dordrecht. Het bestuur wees de aanvraag af omdat appellante niet op dat adres verbleef en niet meewerkte aan het onderzoek naar haar werkelijke woonsituatie.
De voorzieningenrechter had eerder vastgesteld dat appellante een zwervend bestaan leidde zonder een vast woonadres in de zin van de WWB. Na uitnodigingen voor gesprekken reageerde appellante niet, behalve een telefoontje waarin zij meldde dat zij recent haar spullen van het GBA-adres had opgehaald en in een andere gemeente verbleef.
Het bestuur verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellante niet had voldaan aan haar inlichtingenverplichting en niet meewerkte aan het onderzoek, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank bevestigde dit oordeel en de Centrale Raad van Beroep volgde dit in hoger beroep. Appellante stelde dat zij niet wist van haar inlichtingenplicht, maar dit werd niet aanvaard.
De Raad benadrukte dat de aanvrager de feiten moet aannemelijk maken en volledige openheid moet geven over het woonadres. Het niet meewerken aan het onderzoek en het niet tijdig melden van de verhuizing leidde tot de afwijzing van de aanvraag. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege het niet voldoen aan de inlichtingen- en medewerkingsplicht.