ECLI:NL:CRVB:2016:62
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid bij ontslagname
Appellante was werkzaam bij ROC Mondriaan en nam ontslag per 1 mei 2013 vanwege een voorgenomen verhuizing naar België. Het UWV weigerde haar WW-uitkering omdat zij verwijtbaar werkloos was geworden. Later vroeg zij bijstand aan. Het college kende bijstand toe maar legde een maatregel van 100% gedurende een maand op wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, omdat appellante zelf ontslag had genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Appellante voerde aan dat haar ontslag te wijten was aan depressieve klachten en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan. Dit werd niet bewezen; het ontslag was niet medisch onderbouwd en de verhuizing naar België vond uiteindelijk niet plaats.
De Raad oordeelt dat het college terecht een maatregel heeft opgelegd, dat er geen dringende redenen waren om hiervan af te zien, en dat de maatregel proportioneel was gezien de omstandigheden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De maatregel van 100% bijstandskorting wegens verwijtbaar werkloos zijn wordt bevestigd.